Menu Sluiten

Korte geschiedenis van het Heiligen Geest Gasthuis (Pelstergasthuis)

Het Heiligen Geest Gasthuis is vermoedelijk gesticht vóór 1267. Het complex bestaat dan uit gastenverblijf, ziekenzaal en kapel. In 1267 volgt de wijding van het kerkhof bij de kapel. De hoofdtaak van het gasthuis is de verzorging van zieken, behoeftigen en pelgrims. De hospitaalbroeders van de orde van de Heilige Geest wonen in het complex en staan onder leiding van een geestelijke, de provisor. In 1381 wordt door het stadsbestuur van Groningen een Voogdij ingesteld, die jaarlijks verantwoording verschuldigd is aan stadsbestuur. Dat zou ook voor de andere gasthuizen gaan gelden, die in de loop van de tijd gesticht werden. Het is de basis van de zogenaamde ‘oppervoogdij’ van de stad Groningen over de gasthuizen.

Aquarel door J. Bulthuis, 1786 (Groninger Museum)
In de 15de eeuw wordt het complex uitgebreid. Een eigen boerderij met moestuin en voorraadschuren lag ten noorden van het complex. Een fruitboomgaard was gelegen ten zuiden van de Nieuwstad (ter plaatse van woonzorgcentrum ‘De Pelster’): de Provisorshof.
In de late middeleeuwen wonen er naast zieken en behoeftigen ook de zogenaamde ‘proveniers’. Deze bewoners kopen zich in en worden er voor de rest van hun leven verzorgd.
Na de “Reductie van Groningen” in 1594 (de overgang naar het protestantisme) wordt het gasthuis een protestantse instelling. De 17de eeuw brengt grote veranderingen. De ziekenzaal, gelegen langs de Pelsterstraat, en de boerderij ten noorden van het complex worden verkocht aan de stad in 1628, evenals een aantal kleine woningen aan de Haddingestraat. De voormalige middeleeuwse ziekenzaal werd gesloopt in 1862 voor de bouw van een Rijks H.B.S. Na enkele jaren was het schoolgebouw reeds te klein en werd het de Rijks Kweekschool. De Provisorshof ten zuiden van het gasthuis werd in 1624 verkocht aan een particulier.

In opdracht van het stadsbestuur wordt het gasthuis een instelling van liefdadigheid voor bejaardenzorg. Bewoners moeten minimaal 50 jaar zijn, tien jaar in Groningen wonen en lid zijn van de Hervormde kerk. Bewoners kopen zich in en krijgen kost, inwoning en verzorging; ze heten voortaan ‘Conventualen’. Het kerkhof ten zuiden van de kapel (eerste hof) wordt bewoonbaar gemaakt. Op verschillende plekken op het terrein worden woningen gebouwd.

Het stadsbestuur van Groningen heeft vanaf de 17de eeuw een belangrijke vinger in de pap als Oppervoogdij over de gasthuizen. Het stadsbestuur benoemt de leden van de Voogdij en stelt de inkoopsom voor bewoners vast. Jaarlijks worden de jaarrekeningen voorgelegd aan het stadsbestuur, evenals de grote verbouwprojecten.
In de 18de eeuw worden delen van het gasthuis gerenoveerd. De keuken wordt in 1702 aangepast en er komt een nieuwe toegang naar de eetzaal in 1708. De voogdenkamer wordt in 1751 heringericht en krijgt een schouw met houtsnijwerk.

Het gasthuis verzorgde een aantal centrale functies voor de bewoners. De bewoners kregen hun warme maaltijden in de eetzaal. Ook de nutsfuncties als verwarming en verlichting werden vanuit het gasthuis verzorgd. Het gasthuis was destijds grotendeels zelfvoorzienend wat betreft brandstof en maaltijden. Tot 1810 had het een eigen brouwerij. In 1812 functioneerde er nog een eigen bakkerij. Ook deze stopte in de 19de eeuw.

In de jaren ’30 en ’50 van de 20ste eeuw brengt de men verbeteringen aan in de woningen, soms zelfs gedeeltelijk nieuwbouw. In een grote restauratie (1972-1978) worden de kerk en delen van het gasthuis gerestaureerd en de woningen gerenoveerd. De woningen zijn, voor zover de ruimte dat toelaat, aangepast aan moderne wooneisen. Iedere woning heeft een eigen keuken en is voorzien van douche en toilet. Verwarming wordt geleverd vanuit een aantal zelfstandige ketels. In 2019 wordt een grootscheepse herstelcampagne uitgevoerd als gevolg van de aardbevingschade die zich vanaf 2012 had voorgedaan.

In 1960 werd de stichting Heiligen Geest Gasthuis opgericht. De gemeenteraad van Groningen beëindigde in 1990 de Oppervoogdij over de gasthuizen.

In de loop van de 20ste eeuw komen er naast de ‘Conventualen’ ook bewoners die per maand hun huur betalen. In de jaren ’70 wordt het aannamebeleid geleidelijk aangepast: weliswaar nog steeds bedoeld voor bejaarden, maar dan van alle gezindten. In de jaren ’70 wordt ook de leeftijdsgrens verlaagd. Uitgaande van de doelstelling van de statuten “het verstrekken van huisvesting, in beginsel aan bejaarden” wordt bij toewijzing voorrang gegeven aan 70-plussers.

Skip to content